De basis van de Kashmirische Tantra wordt gevormd door de zesendertig tattva’s, universele catagoriën, aan te raken. Het is de grondslag waarop het hele tantrisme steunt.

De eerste hiervan zijn: aarde, water, lucht, ether, vuur, de zogenaamde fijne tattva’s: geur, smaak, vorm, gevoel en geluid. De volgende vijf tattava’s zijn: de voeten, spraak, hand, anus en geslachtsdelen. Deze tattva’s zijn gekoppeld aan het handelen.

De vijf tattva’s van de waarneming zijn: de huid, het oog, de tong, de neus en de oren, dit zijn de tattva’s van het contact, gezichtsvermogen, smaak, reukzin en gehoor. De tattva’s van het denken: de geest, de intelligentie, het objectieve ego, prakriti (verbonden met Sjakti) en poeroesja (verbonden met Sjiva).

De volgende vijf tattva’s worden ook wel pantsers genoemd: tijd, ruimte, gebrek, beperkte kennis, beperkte creativiteit en algehele illusie.

De laatste vijf tattva’s, welke verbonden zijn met zuivere / absolute subjectiviteit: het bewustzijn, subjectiviteit, het universele ik, Shakti en Shiva.

Niet één van de tattva’s is niet doortrokken van het absolute. Alles is door het goddelijke verzadigd.